Ethernetverbinding tussen ontwikkel-pc en Manipulator
Dit gedeelte beschrijft de Ethernetverbinding van de ontwikkel-pc en de Manipulator.
Sluit een ethernetkabel op de ontwikkel-pc en de Manipulator aan.
Zet de Manipulator aan.
Start de software Epson RC+.
Selecteer in het menu van Epson RC+ het item [Setup] - [PC to Controller Communications] om het dialoogvenster [PC to Controller Communications] weer te geven.
Klik op de knop [Add].
Voer de volgende instellingen uit en klik vervolgens op de knop [OK].
Verbindingsmethode: verbinding met Controller via ethernet
Controller-serie: RC700/90/T/VT-serie
“No. 2” wordt toegevoegd. Geef de volgende instellingen op en klik op de knop [Apply].
Name: Geldige naam ter identificatie van de Manipulator die wordt aangesloten
IP Address: IP-adres van de Manipulator die wordt aangesloten
De waarden die u in stap 7 bij [Name] en [IP Address] heeft ingesteld, worden weergegeven.
Controleer of "nr. 2" geselecteerd is en klik vervolgens op de knop [Connect].
Nadat de ontwikkel-pc met de Manipulator verbonden is, staat in [Connection Status] de status “Connected”. Controleer dat "Connected" wordt weergegeven. Klik op de knop [Close] om het dialoogvenster [PC to Controller Communications] te sluiten.
De verbinding tussen de ontwikkel-pc en de Manipulator is voltooid. Het robotsysteem kan nu vanaf Epson RC+ via een ethernetverbinding worden gebruikt.