Cameraplaateenheid
Als u een camera wilt bevestigen op een Manipulator van de C4-serie, moet u eerst de cameraplaateenheid aanbrengen.
Armuiteinde met camera
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| a | Camera |
| b | Cameraplaateenheid |
| Meegeleverde onderdelen | Aantal | |
|---|---|---|
| a | Inbusbout M4×12 | 6 |
| b | Camera-adapterplaat | 1 |
| c | Camera-middenplaat | 1 |
| d | Camera-basisplaat | 1 |
| e | Inbusbout M4×20 | 2 |
| f | Platte sluitring voor M4 (kleine sluitring) | 2 |
Installatie
BELANGRIJKE PUNTEN
Voor details over het vastdraaien van de inbusbout, raadpleeg het volgende gedeelte.
- Bevestig de camera-basisplaat op de Manipulator.
2×M4×20 + platte sluitring voor M4 (kleine sluitring)
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| a | Montagegaten voor camera-basisplaat |
- Bevestig de camera-middenplaat op de basisplaat.
2×M4×12BELANGRIJKE PUNTEN
Het bewegingsbereik en de afmetingen van een Manipulator met camera kan variëren, afhankelijk van het montagegat van de camera-middenplaat. Zie de onderstaande tabel voor details.
- Bevestig de camera op de camera-adapterplaat.
BELANGRIJKE PUNTEN
Welk montagegat op de adapterplaat kan worden gebruikt, verschilt naargelang de camera. Zie hieronder voor de details.
- Bevestig de camera-adapterplaat en de camera op de camera-middenplaat.
4×M4×12 - Zet de kabels vast op een positie waar ze niet hinderlijk kunnen zijn voor de manipulatorbewegingen.
BELANGRIJKE PUNTEN
Controleer bij het vastzetten van de kabels of de buigradius van de kabels groot genoeg is, en of kabels niet tegen elkaar wrijven wanneer de Manipulator beweegt. Anders zullen de kabels losraken.
Afmetingen van de cameraplaateenheid
De afmetingen X en Y variëren afhankelijk van de positie van de camera-middenplaat en de grootte van de camera. Raadpleeg de onderstaande tabel voor de waarden.
Camera-middenplaat
De camera-middenplaat gebruikt de montagegaten A tot D.
Met behulp van de verschillende montagegaten kan deze in vier verschillende posities op de camera-basisplaat worden bevestigd.
Camera-adapterplaat
Elke camera gebruikt verschillende montagegaten.
- USB-camera: J (2 gaten)
- GigE-camera: E (3 gaten)
Montagevoorbeeld
| Met gebruik van montagegat A | Met gebruik van montagegat C |
|---|---|
Voorbeeld) Camera: XC-ES30
Camera en bewegingsbereik van gewricht #5 (referentiewaarden)
Het bewegingsbereik van gewricht #5 varieert afhankelijk van de bevestigingspositie van de camera-middenplaat en de gebruikte camera.
De onderstaande tabel toont het bewegingsbereik (referentiewaarden) op basis van de beschikbare camera's voor deze optie en de bevestigingsposities van de camera-middenplaat. De waarden in de tabel kunnen verschillen, afhankelijk van hoe de kabels worden vastgezet.
Door de Y-positie te wijzigen, kunt u de afstand van het montagevlak van de hand tot de camera verlengen. U kunt ook een grotere eindeffector bevestigen. Maar wees voorzichtig want het bewegingsbereik van gewricht #5 wordt in dit geval beperkt.
(°= graden)
| A | B | C | D | X | |
|---|---|---|---|---|---|
| USB-camera, GigE-camera | -135° tot +60° | -135° tot +50° | -135° tot +35° | -135° tot +25° | 72,5 mm |
| A | B | C | D | |
|---|---|---|---|---|
| Y | 57 mm | 37 mm | 17 mm | -3 mm |
Bewegingsrichting van gewricht #5