De robot wijzigen

In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het manipulatormodel in Epson RC+ kunt wijzigen.

(De standaardinstelling is “tafelbladbevestiging”.)

VOORZICHTIG


Het wijzigen van de Manipulator dient met grote voorzichtigheid te gebeuren. Het initialiseert de robotkalibratieparameters (Hofs, CalPls), aanvullende asinformatie en PG-parametergegevens. Voordat u de robot wijzigt, dient u de kalibratiegegevens op te slaan door de onderstaande procedure te volgen.

  1. Selecteer in het menu van Epson RC+ - [Setup] - [System Configuration].

  2. Selecteer in de boomstructuur [Controller]-[Robots]-[Robot**]-[Calibration]. Klik daarna op [Save].

  1. Selecteer in het menu van Epson RC+ - [Setup] - [System Configuration].
  2. Selecteer in de boomstructuur [Controller] - [Robots] - [Robot**]. (Dialoogafbeelding: Epson RC+ 8.0)
  3. Klik op de knop [Change]. Het volgende dialoogvenster wordt weergegeven.
  4. Voer de naam van de robot en het serienummer in zoals op het naamplaatje van de Manipulator staat. Eender welk serienummer kan worden ingevoerd. Voer echter het nummer in dat op de Manipulator staat.
  5. Selecteer in het vak [Robot type] het type robot.
  6. Selecteer in het vak [Series] de naam van de manipulatorserie.
  7. Selecteer in het vak [Model] het robotmodel.
    De beschikbare robots worden weergegeven volgens het formaat van de op dat moment geïnstalleerde motoraandrijving. Als [Dry run] wordt gebruikt, worden alle Manipulators van de in stap 6 geselecteerde serie weergegeven. Voor het plafondbevestigingstype selecteert u het model dat eindigt op “R” (bijvoorbeeld CX4-A601SR).
  8. Klik op de knop [OK]. De Controller wordt opnieuw opgestart.