VT-B-serie

Standaardfuncties van de controllerveiligheidsfunctie:

  • Veilige koppeluitschakeling (STO)
    Door een signaalinvoer van de robotcontroller wordt een relais geopend dat de voeding naar de motoren onderbreekt en de robot stopt. Dit is een veilige status voor de robotcontroller.
    STO wordt indirect aangestuurd via een noodstop of beschermende stop. Deze functie kan niet direct worden aangestuurd.

  • Noodstop
    Met deze functie kan de robot een noodstop uitvoeren door middel van een noodstopschakelaar die aangesloten is op de NOOD-connector. Nadat het signaal ingevoerd is, wordt een STO geactiveerd, en nadat de motor gestopt is, bevindt de robot zich in een noodstopstatus.
    Er zijn twee noodstopcircuits voor de robotcontroller:

    • NOOD-connector
    • Noodstopschakelaar bevestigd op de teach-pendant (E-Stop, TP)
  • Beveiliging (SG) (beschermende stop)
    Deze functie laat de robot een beschermende stop maken. Dit signaal wordt ingevoerd vanaf een perifeer veiligheidsapparaat dat op de NOOD-connector bevestigd is. Nadat het signaal ingevoerd is, wordt de STO geactiveerd, en nadat de motor gestopt is, bevindt de robot zich in een beschermende-stopstatus.
    Het circuit voor beveiliging (SG) van de robotcontroller is als volgt.

    • NOOD-connector